Terug naar overzicht

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit

Delen

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af.

De inspecteur stelt vast dat de leningen bij de bv niet voldoen aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld. Bij de leningen van de bv is geen rekening gehouden met de reeds verstreken looptijd van de oorspronkelijke lening. Daardoor overschrijden de looptijden de voor aftrek geldende wettelijke maximumtermijn van 360 maanden. Als gevolg hiervan mag de man de rente van beide leningen niet aftrekken. De man maakt bezwaar tegen de correcties. Hij wijst erop dat hij beide leningen in 2022, ruim vóór het verstrijken van de maximale termijn van 360 maanden, volledig heeft afgelost. Hij voert aan dat deze feitelijke aflossing ervoor zorgt dat de leningen niet daadwerkelijk de maximale looptijd overschrijden, wat volgens hem voldoende zou moeten zijn om ze als eigenwoningschuld te kwalificeren.

De rechter benadrukt dat de leningen, op basis van de afgesloten overeenkomsten, niet voldoen aan de aflossingseis en daarmee niet binnen het wettelijke kader passen. De contractuele verplichting is leidend bij de vraag of een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt. Het feit dat de man de leningen ruim binnen de 360 maanden volledig heeft afgelost, speelt geen rol in deze beoordeling. De wet kijkt alleen naar de contractueel afgesproken looptijd. Dat feitelijk eerder is afgelost, is hiervoor niet relevant.

Bron:Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:995 | 10-02-2026

Meer nieuws

Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement

Een man en vrouw hebben in 2023 uitsluitend bank- en spaartegoeden van in totaal € 229.802. Op deze tegoeden ontvangen zij gedurende het jaar € 1.575 aan rente. De Belastingdienst stelt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3)

Bijbetalen voor duty-free sigaretten

Een man komt vanuit India aan op Schiphol en wordt gecontroleerd door de Douane. Bij de controle ontdekt de Douane dat hij 1.200 sigaretten bij zich heeft. Voor 200 sigaretten krijgt hij een vrijstelling, maar voor de overige 1.000 sigaretten legt de

Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringen

Vanaf 1 januari 2027 wijzigen de regels voor het samenvoegen van loon en socialezekerheidsuitkeringen bij de loonheffingen. Deze aanpassing heeft financiële gevolgen voor werknemers die een socialezekerheidsuitkering via hun werkgever

Creatief argument tegen box 3 strandt

Een belastingplichtige betoogt dat de box 3-heffing ongeldig is, omdat de wet geen expliciet genietingsmoment bevat. Hij betoogt dat zonder wettelijke bepaling die vastlegt wanneer het inkomen wordt genoten, het niet kan worden belast. De rechtbank

Krol Wezenberg Accountants maakt de zaken helder

Maak kennis